Uw uren bewijzen: de urenregistratieplicht van de werkgever
Uw werkgever moet wettelijk een deugdelijke urenregistratie bijhouden (art. 4:3 Arbeidstijdenwet). Ontbreekt die, dan wordt uw eigen urenoverzicht vaak het uitgangspunt voor de kantonrechter.
De werkgever moet uw uren registreren: art. 4:3 ATW
De basis staat in de Arbeidstijdenwet (ATW). Op grond van artikel 4:3 ATW moet de werkgever een deugdelijke registratie voeren van de arbeids- en rusttijden, zodat toezicht op de naleving van de wet mogelijk is. Deze plicht bestaat al sinds de invoering van de Arbeidstijdenwet. Nederland loopt daarmee voorop: waar in België een algemene registratieplicht pas later verplicht wordt, is het uitgangspunt hier al lang in de wet verankerd.
Voor uw dossier is dat een sterk gegeven. U kunt uw werkgever wijzen op deze wettelijke plicht en de registratie opvragen — bij voorkeur al in uw aanmaning. Weigert of faalt de werkgever, dan levert dat een argument op dat u kunt gebruiken.
De Europese rugdekking: het CCOO-arrest
De Nederlandse plicht wordt versterkt door Europese rechtspraak. In het arrest van 14 mei 2019, C-55/18 (CCOO) oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat werkgevers verplicht zijn een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van elke werknemer wordt gemeten. Dat arrest wordt in Nederlandse zaken ingeroepen ter versterking van artikel 4:3 ATW: het onderstreept dat het meten en registreren van arbeidstijd een verplichting van de werkgever is, niet van de werknemer.
Hoe de kantonrechters hiermee omgaan
Uit de rechtspraak van de feitenrechters komt een tamelijk constante lijn naar voren. Beschikt de werkgever niet over een betrouwbare urenregistratie — en schendt hij daarmee art. 4:3 ATW — dan kan hij niet volstaan met een algemene, kale betwisting van de door u gestelde uren. In dat geval nemen rechters het urenoverzicht van de werknemer (agenda's, urenstaten, roosters, WhatsApp-berichten, badge- of inklokgegevens) vaak als uitgangspunt, en is het aan de werkgever om concreet en gemotiveerd aan te tonen dat die uren onjuist zijn.
Er zijn zelfs zaken waarin de werkgever tot betaling van overuren werd veroordeeld alleen al omdat een deugdelijk urenregistratiesysteem ontbrak. Het gebrek aan registratie is dus geen neutraal gegeven: het verschuift het feitelijke debat in uw voordeel.
Wat u tóch zelf moet doen
Toch is het niet zo dat u achterover kunt leunen. De hoofdregel van artikel 150 Rv blijft dat wie zich op de rechtsgevolgen van gestelde feiten beroept, die feiten in beginsel moet stellen en bewijzen. De beginbewijslast rust dus op u als werknemer. Het ontbreken van een werkgeversregistratie helpt u, maar het ontslaat u niet van de plicht om zélf een geloofwaardig en concreet overzicht te leveren.
Praktisch betekent dat:
- houd dagelijks uw begin- en eindtijden bij, liefst realtime in plaats van achteraf gereconstrueerd;
- verzamel corroborerend materiaal: roosters, agenda-afspraken, e-mails en berichten met tijdstempels, foto's van inklokschermen, getuigen;
- vraag de urenregistratie op bij uw werkgever, en leg die vraag vast — het uitblijven van een antwoord is bruikbaar.
Hoe concreter en consistenter uw eigen overzicht, hoe zwaarder het weegt zodra de werkgever geen betrouwbare tegenregistratie kan tonen. Voor het bredere traject, zie de gids over de loonvordering bij de kantonrechter; voor de brief waarin u de registratie opvraagt en meteen de verjaring stuit, het artikel over de stuitingsbrief.
Welke rechterlijke uitspraken (met ECLI-nummer) het beste bij uw situatie passen, hangt af van uw dossier; die worden per zaak opgezocht.
Cadre
Registratieplicht van de werkgever — artikel 4:3 ATW en HvJ-EU C-55/18
Artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet verplicht de werkgever een deugdelijke registratie te voeren van de arbeids- en rusttijden, zodanig dat toezicht op de naleving van de wet mogelijk is. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in zijn arrest van 14 mei 2019 (C-55/18, CCOO) dat werkgevers een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem moeten opzetten om de dagelijkse arbeidstijd te meten. Ontbreekt een betrouwbare registratie, dan nemen feitenrechters het urenoverzicht van de werknemer vaak als uitgangspunt; de beginbewijslast blijft niettemin bij de werknemer (art. 150 Rv).
Bron: art. 4:3 Arbeidstijdenwet (ATW); HvJ-EU 14 mei 2019, C-55/18 (CCOO); art. 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
CTA
Maak van uw uren een sluitend overzicht
Een geloofwaardig, dag-voor-dag urenoverzicht is uw sterkste troef zodra uw werkgever geen betrouwbare registratie heeft. PayeMesHeures is een tool om uw uren te controleren: u legt uw werkelijke werktijden vast, zet ze naast uw loonstroken en krijgt een eerste inschatting van het achterstallige loon — een gestructureerd overzicht dat als uitgangspunt kan dienen in uw dossier. Beginnen is gratis. Start uw controle en onderbouw uw uren.
