Aller au contenu principal
PayeMesHeures
Gratis audit →
Werktijd

Reistijd in België: wanneer is het arbeidstijd?

Wanneer telt reistijd mee als arbeidstijd in België? Verplaatsing tussen werkplekken, overloon van 50%, mobiele werknemers en de impact op uw loon.

Wim Hendrickx18 juni 2026Bijgewerkt op 4 juni 20265 min leestijd
Reistijd in België: wanneer is het arbeidstijd?

Het principe: wat is arbeidstijd in België?

U vertrekt om 7u15 thuis om om 8u op kantoor te zijn. Tijdens de middag rijdt u 40 minuten naar een klant. Om 14u30 terug naar kantoor. Om 17u stuurt uw werkgever u naar een tweede locatie op 30 minuten — u blijft er tot 18u45 en rijdt dan 25 minuten naar huis.

Hoeveel van die dag is arbeidstijd? 8 uur, zoals op uw loonbrief staat? Of eerder 10 uur, als u de verplaatsingen tussen werkplekken meetelt? Het antwoord op die vraag kan over enkele jaren duizenden euro's aan onbetaald overloon waard zijn.

In het kort

  • Woon-werkverkeer (van thuis naar de vaste werkplek) is in principe geen arbeidstijd.
  • Verplaatsingen tussen twee werkplekken tijdens de werkdag zijn wél arbeidstijd.
  • Mobiele werknemers zonder vaste werkplek: de rit van thuis naar de eerste klant en van de laatste klant naar huis is arbeidstijd (HvJ EU C-266/14 Tyco, gevolgd door Arbeidshof Antwerpen 17 april 2018).
  • Reistijd die als arbeidstijd telt, wordt opgeteld bij uw arbeidsduur. Wordt daardoor de wettelijke grens van 9 uur per dag of 40 uur per week overschreden, dan ontstaat overloon van 50% (week, inclusief zaterdag) of 100% (zondag/wettelijke feestdag) — art. 29 §1 wet 16 maart 1971. De 38-urenweek is meestal de gemiddelde (conventionele) duur, bereikt via inhaalrustdagen.
  • Verjaring: u kunt 5 jaar terugvorderen tijdens de arbeidsovereenkomst, en tot 1 jaar na het einde ervan (art. 15 wet 3 juli 1978).

Arbeidstijd wordt in België gedefinieerd door artikel 19 van de Arbeidswet van 16 maart 1971: het is de tijd gedurende welke de werknemer ter beschikking is van de werkgever. Dat criterium — ter beschikking staan — is de sleutel om elke verplaatsing te kwalificeren.

De basisregel: artikel 19 van de Arbeidswet van 16 maart 1971

De Arbeidswet van 16 maart 1971 (art. 19) bepaalt dat onder arbeidsduur wordt verstaan "de tijd gedurende welke het personeel ter beschikking is van de werkgever". Het is dus niet het loutere feit dat u zich verplaatst dat telt, maar of u tijdens die verplaatsing onder het gezag en ter beschikking van de werkgever staat.

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bevestigt dat de arbeidstijd onder meer omvat: de opleidingstijd, de verplaatsingstijd tussen twee werkplekken voor dezelfde werkgever, en de wachttijd waarin u ter beschikking blijft.

Het gewone woon-werkverkeer — van thuis naar uw vaste werkplek — valt daar in principe buiten: u bepaalt zelf waar u woont en hoe u zich naar de vaste werkplek begeeft. Maar tussen die twee uitersten ligt een hele waaier aan situaties die wél arbeidstijd zijn. De wet en de rechtspraak onderscheiden in de praktijk vier situaties, elk met eigen regels.

De vier soorten verplaatsingen en hun regels

Soort verplaatsing Arbeidstijd? Vergoeding Telt voor overloon?
Thuis → vaste werkplek (woon-werk) Neen Geen verplichting (wel vaak woon-werkvergoeding) Neen
Tussen twee werkplekken (zelfde dag) Ja Normaal loon Ja
Stelplaats/verzamelplaats → werf Ja (bij opgelegde doorgang) Normaal loon Ja
Thuis → eerste/laatste klant (geen vaste werkplek) Ja (HvJ Tyco) Normaal loon Ja

Belangrijke nuance bij rij 3 en 4. Artikel 19, derde lid, 3° van de Arbeidswet laat toe dat verplaatsingstijd onder strikte voorwaarden niet wordt meegeteld voor de arbeidsduur. Dat kan enkel wanneer een ondernemings-CAO zowel de vergoeding als de modaliteiten van die reistijd regelt. Bestaat er geen zulke CAO, dan blijft de verplaatsing gewoon arbeidstijd. De kwalificatie hieronder geldt dus behoudens zo'n geldige ondernemings-CAO.

1. Woon-werkverkeer naar de vaste werkplek

Dit is uw dagelijkse rit naar kantoor of werkplaats. Geen arbeidstijd, geen wettelijke loonverplichting. De werkgever kan wel verplicht zijn een woon-werkvergoeding te betalen (sectorale CAO of CAO nr. 19/9), maar dat staat los van de kwalificatie als arbeidstijd.

2. Verplaatsing tussen twee werkplekken op dezelfde dag

Dit is het kernpunt — en de plaats waar de meeste misbruiken voorkomen. De tijd tussen twee klanten, tussen kantoor en een werf, of tussen twee vestigingen van het bedrijf is arbeidstijd. Tijdens die rit staat u ter beschikking van de werkgever (art. 19) en kunt u niet vrij over uw tijd beschikken. Het vervoermiddel (auto, trein, fiets) verandert daar niets aan.

3. Doorgang opgelegd via de stelplaats of verzamelplaats

Legt de werkgever u op om eerst langs de stelplaats te gaan om materiaal te laden, een dienstvoertuig op te halen of instructies te krijgen, dan is de tijd tussen de stelplaats en de werf arbeidstijd: die doorgang wordt u opgelegd, u staat er ter beschikking. Dit is courant in de bouw (PC 124), bij onderhoudstechnici en bij ploegen die met een bestelwagen rijden. Ook hier geldt de uitzondering van art. 19, derde lid, 3°: enkel een ondernemings-CAO die de vergoeding én de modaliteiten regelt, kan die doorgangstijd buiten de arbeidsduurberekening houden.

4. Mobiele werknemers zonder vaste werkplek

Voor wie geen vaste of gebruikelijke werkplek heeft — vertegenwoordigers, schoonmaak op verplaatsing, installateurs — geldt het arrest Tyco van het Hof van Justitie van de EU (10 september 2015, C-266/14): de tijd van thuis naar de eerste klant en van de laatste klant naar huis is arbeidstijd. Het Arbeidshof van Antwerpen volgde dit op 17 april 2018 in een schoonmaakdossier. De redenering: zonder vaste werkplek is de verplaatsing het noodzakelijke instrument om de prestatie bij de klant te leveren.

De concrete impact op uw overloon

Hier wordt het financieel interessant. Reistijd die als arbeidstijd telt, wordt opgeteld bij uw arbeidsduur. De wettelijke grens waarboven overloon ontstaat, ligt op grond van art. 29 §1 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 in de regel bij 9 uur per dag of 40 uur per week:

  • +50% voor overuren in de week (van maandag tot en met zaterdag);
  • +100% voor werk op zondag en op een wettelijke feestdag.

Let op het verschil tussen 38u en 40u. De 38-urenweek is meestal de gemiddelde (conventionele of wettelijke) arbeidsduur, die op jaarbasis wordt bereikt door betaalde inhaalrustdagen (RTT) toe te kennen bovenop een effectief rooster van 40u. In dat klassieke geval blijft de wettelijke overloondrempel 40u/week (en 9u/dag). Alleen wanneer een sectorale CAO de effectieve wekelijkse grens echt op 38u legt — zonder compenserende rustdagen — geldt 38u als drempel. Ga dus altijd na welk regime in uw sector of arbeidsreglement van toepassing is.

Belangrijk: in België geeft een overuur niet alleen recht op het overloon (de toeslag), maar in de regel ook op inhaalrust (compenserende rust). De toeslag van 50% of 100% wordt steeds in geld uitbetaald; het basisuur wordt doorgaans gerecupereerd via betaalde inhaalrust (art. 26bis).

Voorbeeld 1: Tom, onderhoudstechnicus zonder vaste werkplek

Tom verdient 2.400 EUR bruto voor 38 u/week. Zijn uurloon: 2.400 / (38 × 4,33) = 14,59 EUR/u. Hij rijdt elke dag tussen 3 à 4 klanten; de ritten tussen klanten bedragen gemiddeld 1u30 per dag, die de werkgever niet meetelt.

  • Niet-getelde reistijd tussen klanten: 1u30 × 5 dagen = 7u30/week
  • Reële arbeidsduur: 38 u + 7u30 = 45u30/week
  • Overuren boven de wettelijke grens van 40u/week: 45,5 − 40 = 5u30/week
  • Verschuldigd overloon (+50%): 5,5 × 14,59 × 1,5 = 120,37 EUR/week
  • Per maand: 120,37 × 4,33 ≈ 521,20 EUR/maand
  • Over 3 jaar (verjaring tijdens contract): ± 18.763 EUR aan achterstallen — naast de daaraan gekoppelde inhaalrust

(Legt een effectieve 38u-CAO zonder rustdagen de grens op 38u, dan tellen 7u30 mee als overuren en loopt het bedrag hoger op. Verifieer steeds uw sectorregime.)

Voorbeeld 2: Sofie, consultant met kantoor + klantbezoeken

Sofie verdient 3.200 EUR bruto voor 38 u/week. Haar uurloon: 3.200 / (38 × 4,33) = 19,45 EUR/u. 's Ochtends een vergadering op kantoor, daarna een klant (45 min rijden), en 's middags een tweede klant (30 min rijden). Daardoor loopt haar effectieve werkdag op tot ruim 9 uur.

  • Reistijd tussen werkplekken per dag: 45 + 30 = 1u15
  • Per week: 1u15 × 5 = 6u15
  • Effectieve arbeidsduur: 38 u + 6u15 = 44u15/week
  • Overuren boven 40u/week: 44,25 − 40 = 4u15/week (de dagelijkse grens van 9u wordt bovendien op meerdere dagen overschreden)
  • Verschuldigd overloon (+50%): 4,25 × 19,45 × 1,5 = 124,00 EUR/week
  • Per maand: ± 536,92 EUR/maand
  • Over 2 jaar: ± 12.886 EUR aan achterstallen

Werkt u op zondag of een feestdag? Dan loopt de toeslag op tot +100%: voor Tom zou een uur zondagwerk niet 21,88 EUR maar 29,18 EUR opleveren.

Veelvoorkomende situaties — en de typische fouten

De handelsvertegenwoordiger

De rit van thuis naar de eerste klant is doorgaans geen arbeidstijd als u een vaste werkplek heeft. Maar alle ritten tussen klanten tijdens de dag zijn arbeidstijd. Heeft u géén vaste werkplek, dan telt zelfs de eerste en laatste rit mee (arrest Tyco). Typische fout: de werkgever rekent een forfaitaire "dag van 7 of 8 uur" zonder de verplaatsingen te tellen.

De bouwvakker (PC 124)

In de bouw voorziet de sectorale CAO van PC 124 een mobiliteitsvergoeding afhankelijk van de afgelegde kilometers, en zelfs een bijkomende betaalde "mobiliteitsdag" voor wie op jaarbasis een mobiliteitsvergoeding ontvangt voor 28.500 km of meer. Let op: die vergoedingen dekken de kosten en het ongemak van de verplaatsing — ze vervangen het overloon niet wanneer de stelplaats-werfdoorgang arbeidstijd is.

Het dienstvoertuig

Staat de bestelwagen 's nachts bij u thuis en rijdt u rechtstreeks naar de klant, dan volgt de eerste rit de normale woon-werkregel (behalve voor wie geen vaste werkplek heeft). Moet u het voertuig eerst aan de stelplaats ophalen, dan wordt de doorgang opgelegd en begint de arbeidstijd daar.

De wettelijke uitzondering die u moet kennen

De wet laat toe dat reistijd in bepaalde gevallen niet wordt meegeteld voor de arbeidsduur, maar enkel onder strikte cumulatieve voorwaarden: er moet een ondernemings-CAO bestaan die de vergoeding en de modaliteiten van die reistijd regelt, én de normale dag- én weekgrens van de arbeidsduur moeten al bereikt zijn. Bestaat er geen zulke CAO, dan blijft de reistijd gewoon arbeidstijd.

Hoe bewijst u uw reistijd?

In België draagt u als werknemer de bewijslast van de gepresteerde uren, maar de rechtbanken aanvaarden een breed gamma aan bewijsmiddelen. De sterkste:

  1. GPS-gegevens van het dienstvoertuig — objectieve geolokalisatie van vertrek- en aankomsttijden.
  2. Werfbonnen en interventieverslagen — met begin- en einduur per klant.
  3. Werkbonnen / opdrachtbrieven — bewijzen dat de werkgever u naar een bepaalde locatie stuurde.
  4. Outlook- of Google-agenda — klantafspraken met adres en uur.
  5. Tijdregistratie / prikklok en e-mails of sms'en die verplaatsingen bevestigen.
  6. Uw eigen Google Maps-tijdlijn (locatiegeschiedenis), als aanvullend bewijs.

Houd een persoonlijk logboek bij van uw werkelijke uren. Bij betwisting brengt u uw vordering voor de arbeidsrechtbank (niet de "prud'hommes" — dat is een Frans begrip).

Veelgestelde vragen

Ik ben vertegenwoordiger. Is mijn reistijd arbeidstijd?

De ritten tussen klanten zijn altijd arbeidstijd. Heeft u géén vaste werkplek, dan tellen ook de rit van thuis naar de eerste klant en van de laatste klant naar huis mee (HvJ EU Tyco, C-266/14, gevolgd door Arbeidshof Antwerpen 17 april 2018). Vier afspraken per dag met telkens 30 minuten rijden levert al ± 1u30 extra arbeidstijd op.

Mijn werkgever betaalt een "verplaatsingsvergoeding". Vervangt dat het overloon?

Neen. Een verplaatsings- of mobiliteitsvergoeding (zoals in PC 124) dekt de kosten en het ongemak van de verplaatsing. Ze vervangt niet de betaling van het overloon dat ontstaat doordat reistijd-arbeidstijd u boven de wettelijke grens van 9 u/dag of 40 u/week tilt. Beide cumuleren.

Ik neem de trein tussen twee werkplekken. Telt dat ook?

Ja. Het vervoermiddel (auto, trein, bus, fiets) verandert de juridische kwalificatie niet. Reistijd tussen twee werkplekken is arbeidstijd, ongeacht hoe u zich verplaatst.

Mijn baas zegt dat verplaatsingen "deel uitmaken van de functie" en in mijn loon zitten. Mag dat?

In de regel niet. Reistijd die arbeidstijd is, moet als arbeidsduur worden geteld en geeft recht op overloon van 50% of 100% zodra u de wettelijke grens van 9 u/dag of 40 u/week overschrijdt (art. 29 §1 wet 16 maart 1971). De 38-urenweek is daarbij meestal de gemiddelde duur die via inhaalrust wordt bereikt; alleen een sectorale CAO met een effectieve 38u-grens kan de drempel lager leggen. Een loutere clausule "verplaatsingen inbegrepen" is zelden tegenstelbaar, behalve in de strikte wettelijke uitzondering (ondernemings-CAO die reistijd regelt + dag- en weekgrens bereikt).

Hoe ver kan ik terugvorderen?

Tijdens de arbeidsovereenkomst kunt u tot 5 jaar achterstallig loon terugvorderen; na het einde van de overeenkomst hebt u nog 1 jaar om te dagvaarden (art. 15 wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).

Uw reistijd is geld waard

Worden uw verplaatsingen tussen klanten of werven niet meegeteld in uw arbeidsduur? PayeMesHeures analyseert uw ritten, integreert ze in uw arbeidsduur, toetst ze aan de wettelijke grenzen (9 u/dag, 40 u/week) en becijfert het verschuldigde overloon van 50% of 100%, plus de achterstallen over maximaal 5 jaar.

Start uw gratis audit — snel, vertrouwelijk en vrijblijvend.


Dit artikel is louter informatief en vormt geen gepersonaliseerd juridisch advies. De vermelde bedragen en berekeningen zijn illustratieve voorbeelden. Raadpleeg voor een analyse op maat een advocaat arbeidsrecht of gebruik onze simulator.

Gerelateerde artikelen