Aller au contenu principal
PayeMesHeures
Audit gratuit →
Temps de travail

Reistijd in België: wanneer is het arbeidstijd?

Woon-werkverkeer, verplaatsingen tussen werven, verplicht langsgaan bij het depot: wanneer is de reistijd vergoed en telt zij als effectieve arbeidstijd in België?

Wim Hendrickx20 mars 20265 min de lecture
Reistijd in België: wanneer is het arbeidstijd?

Het woon-werkverkeer is geen arbeidstijd

In het Belgisch recht wordt het traject tussen de woonplaats van de werknemer en zijn vaste werkplaats niet beschouwd als effectieve arbeidstijd in de zin van de Arbeidswet van 16 maart 1971. De werknemer staat niet onder het gezag van de werkgever tijdens deze verplaatsing en beschikt vrij over zijn tijd. Dit principe wordt bevestigd door een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie. Dit principe kent echter belangrijke uitzonderingen wanneer het traject bijzondere kenmerken vertoont die het verbinden met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Verplaatsingen tussen twee werkplekken

De verplaatsingstijd tussen twee werkplekken tijdens dezelfde werkdag is effectieve arbeidstijd. De werknemer die zich verplaatst van de ene werf naar de andere, van de ene klant naar de andere of van het ene filiaal naar het andere, staat onder het gezag van de werkgever tijdens dit traject en kan niet vrij over zijn tijd beschikken. Deze verplaatsingsuren moeten worden meegeteld in de dagelijkse arbeidsduur en als zij leiden tot overschrijding van de normale duur, geven zij recht op overloon voor overuren.

De verplichte passage via een depot of verzamelpunt

Wanneer de werkgever de werknemer verplicht langs een depot, magazijn of verzamelpunt te passeren alvorens zich naar de effectieve werkplaats (werf, klant) te begeven, vormt de reistijd tussen dit doorkomstpunt en de werkplaats effectieve arbeidstijd. Het Arbeidshof van Brussel heeft geoordeeld dat deze doorkomstverplichting het traject omvormt tot tijd waarin de werknemer ter beschikking staat van de werkgever. Dit geval komt bijzonder vaak voor in de bouwsector (PC 124) en de schoonmaaksector.

Het specifieke geval van de bouwsector: mobiliteitsvergoeding

Het PC 124 (bouw) voorziet een specifiek regime van mobiliteitsvergoeding om de verplaatsingen van arbeiders naar de werven te compenseren. Deze vergoeding is forfaitair en varieert naargelang de afstand tussen de woonplaats en de werf (of tussen de zetel van het bedrijf en de werf). De mobiliteitsvergoeding wordt niet gelijkgesteld met arbeidstijd en geeft geen recht op overloon, behalve in de gevallen waarin de werknemer verplicht is via de zetel van het bedrijf te passeren om materiaal te laden of instructies te ontvangen alvorens naar de werf te vertrekken.

Het geval van handelsvertegenwoordigers en rondtrekkende technici

Rondtrekkende werknemers (handelsvertegenwoordigers, onderhoudstechnici, vertegenwoordigers) die geen vaste werkplaats hebben, stellen een specifieke vraag. Het Hof van Justitie van de EU (arrest Tyco, C-266/14 van 10 september 2015) heeft geoordeeld dat de verplaatsingstijd tussen de woonplaats en de eerste klant, alsook tussen de laatste klant en de woonplaats, arbeidstijd vormt wanneer de werknemer geen vaste of gebruikelijke werkplaats heeft. Deze Europese rechtspraak is rechtstreeks toepasselijk in België en kan de telling van arbeidsuren van rondtrekkende werknemers aanzienlijk verhogen.

De reistijd bij interventies tijdens wachtdienst

Wanneer een werknemer in wachtdienst wordt opgeroepen voor een interventie, vormt de reistijd tussen zijn woonplaats en de interventieplaats effectieve vergoed arbeidstijd. Deze tijd moet worden meegeteld in de arbeidsduur en kan, samen met de interventietijd, leiden tot overuren die recht geven op overloon. Het Arbeidshof heeft bevestigd dat het interventietraject tijdens wachtdienst zich onderscheidt van het gewone woon-werkverkeer, omdat de werknemer gehoor geeft aan een oproep van de werkgever.

Het onderscheid tussen arbeidstijd en terugbetaling van vervoerskosten

Het Belgisch recht maakt een zorgvuldig onderscheid tussen arbeidstijd (die de urentelling en het overloon beïnvloedt) en de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten (CAO nr. 19 octies). De werkgever is verplicht bij te dragen in de kosten van het woon-werkverkeer per openbaar vervoer (verplichte bijdrage) en kan een fietsvergoeding of een bijdrage in de autokosten toekennen. Deze financiële bijdragen maken het traject niet tot arbeidstijd en ontheffen de werkgever niet van het overloon wanneer de reistijd effectief arbeidstijd vormt.

Duizenden werknemers ontdekken dat hun reistijd vergoed wordt

Elke maand ontdekken duizenden rondtrekkende werknemers, werfarbeiders en onderhoudstechnici in België dat hun reistijd effectieve arbeidstijd vormt die had moeten worden meegeteld en vergoed, overloon inbegrepen. Bij een gemiddelde van 45 minuten niet-meegetelde reistijd per dag vertegenwoordigt dit bijna 4 uur per week, oftewel honderden euro's onbetaald overloon elke maand. Start uw gratis audit op PayeMesHeures om de impact van uw reistijden op uw overuren te berekenen.

Articles similaires